Waarom het tijd is voor een prijskaartje aan CO2

Aart van Veller | 14 november 2017 | 0 Reacties

Geschreven door Aart van Veller | 14 november 2017

Waarom het tijd is voor een prijskaartje aan CO2

Is ‘het groenste akkoord ooit’ terecht flink bekritiseerd? Aart van Veller deelt zijn mening. 

gemiddelde leestijd: 8 minuten


Subsidies voor duurzaam of een prijskaartje voor fossiel?
De afgelopen weken is er veel gezegd, geschreven en gediscussieerd over de transitie naar een duurzamere samenleving. Eindelijk was daar het regeerakkoord; vorige week verscheen de doorrekening van het Planbureau van de Leefomgeving en as we speak vindt de Klimaattop in Bonn plaats. Duurzaamheid is hot. Het is eindelijk niet langer alleen een topic van idealistische geitenwollensokken, ook het gemêleerde nieuwe kabinet heeft het klimaat tot speerpunt gemaakt. We zijn het er inmiddels over eens dat nietsdoen niet langer kan. Waar moeilijker consensus over wordt bereikt, is wat we wél moeten doen om onze duurzame doelstellingen te behalen.

Het is fijn om te zien dat de regering stevige ambities heeft om de broeikasgasemissies terug te dringen. Een aantal van de maatregelen stemt positief: nieuwe huizen worden niet langer aangesloten op het aardgasnetwerk, er komen meer windmolenparken op zee en als het aan het kabinet ligt rijden in 2030 alle nieuwe auto’s op elektriciteit of waterstof. Iets waar Vandebron zich alvast op voorbereidt. Ook is eindelijk toegezegd, al was eerder sluiten mogelijk, dat de kolencentrales vanaf 2030 tot het verleden behoren. Kortom, vanuit het optimisme dat mijzelf en Vandebron kenmerkt: het is goed dat er vanuit de politiek eindelijk écht aandacht is voor het oplossen van ons klimaatprobleem. 

 

Tegenstrijdigheden in beleid 
Jammer is wel, dat de weg naar die stip op de horizon (49 procent minder uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990) vol gaten zit. Het fundament waarop we met een noodgang richting een duurzaam Nederland willen scheuren, bevat behoorlijke constructiefouten. Zo gaat het kabinet uit van een tweeledig beleid waarbij verschillende maatregelen elkaar tegenwerken. Dat zit zo:

Via SDE+, de stimuleringsregeling voor duurzame energieproductie, worden bedrijven gestimuleerd om hernieuwbare energie te produceren. Deze subsidie compenseert het verschil in de kostprijs van duurzame energie en de marktprijs voor fossiele energie. Hierdoor kan de productie van duurzame energie concurreren met de prijs van fossiele energie. Tegelijkertijd ontvangt, gek genoeg, de fossiele industrie flinke staatssteun in de vorm van geldstromen, vrijstellingen en andersoortige voordeeltjes. Het is via een -mag ik al zeggen gefaald- emissiehandelssysteem (een systeem dat de rechten om schadelijke broeikassen uit te stoten regelt, red.) voor grote bedrijven vrijwel gratis om CO2 uit te stoten. Door een teveel aan vergeven rechten op uitstoot worden bedrijven die momenteel het meest invloed uitoefenen op het klimaat, juist het minst gestimuleerd om hun uitstoot te verminderen. 

Screen Shot 2017-02-21 at 17.29.48.png

De omgekeerde wereld van straffen en stimuleren 
Aan dat verhaal is nu een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Maar liefst een derde van de gewenste uitstootreductie moet namelijk bereikt worden door de afvang en opslag van CO2, de zogenaamde Carbon Capture and Storage (CCS). Een regeling die voornamelijk nodig is om de vervuiling van grote, industriële bedrijven in banen te leiden. Dat zijn bedrijven die hier bovendien een subsidie voor zullen ontvangen: zodoende betaalt de vervuiler dus niet, maar ontvangt deze belastinggeld om schadelijke gassen te blijven stoten en deze vervolgens onder de grond te stoppen. Burgers betalen dus mee aan grote vervuilers, die verder geen prikkels krijgen om te verduurzamen. Beetje een omgekeerde wereld toch?

Vanuit dit beleid is uitstoten momenteel gewoonweg te goedkoop om de noodzaak voor nieuwe technologieën te creëren. Ik roep het al jaren, maar wat mij betreft ligt de juiste aanpak voor de hand: draai die vreemde omgekeerde wereld om. Maak de juiste keuze niet geforceerd goedkoop, maar maak de verkeerde keuze gerechtvaardigd duurder. Oftewel, laten we niet leunen op subsidies om duurzame energie concurrerend te maken, maar fossiele energie duurder maken en daardoor minder concurrerend. 

 

Van stap naar sprint
Zeker, het kabinet heeft een goede eerste stap gezet door energiebedrijven vanaf 2020 een CO2-prijs in rekening te brengen, wanneer zij nog energie opwekken met behulp van kolen- en gascentrales. De prijs die daarvoor wordt gerekend (€18 per ton in 2020, oplopend tot €43 per ton in 2030) is echter veel te laag. De organisatie United Nations Global Compact roept bedrijven wereldwijd op om uit te gaan van $100 per ton; de minimale prijs die nodig is om de markt te bewegen richting de 2ºC-doelstelling. Bij een dergelijke prijs zullen kolen- en gascentrales als vanzelf sneller sluiten, of wordt het zonder subsidie rendabel om de CO2 die zij uitstoten op te slaan middels CCS. Een realistische prijs per ton zorgt er bovendien voor dat duurzame energie -zonder subsidie- automatisch de goedkoopste, schoonste en beste manier is om energie op te wekken.

De gekozen maatregelen zullen zich snel moeten bewijzen, want de doelstellingen zijn helder. Nederland moet zijn steentje bijdragen en heel rap gaan verduurzamen. Het wordt hollen: in plaats van een goed voorbereide marathon rennen we in een acute eindsprint richting ons doel. Daarbij helpt het echter niet om aan de zijlijn met een vingertje te wijzen en het te houden bij commentaar. Dus blijven we denken in oplossingen, met 100% goeie energie en 100% van onze tijd.

 

Doe je mee?  

Topics: Vandebron, Goeie energie, Actueel

Aart van Veller
Geschreven door
Aart van Veller

Bekijk posts

Mede-oprichter Vandebron